Meten - Online Naailes

De 5 belangrijkste maten om te meten bij het (zelf) maken van kleding.

Hebben jullie wel eens dat modellen uit de patroonbladen niet goed passen?

Ik wel. Onlangs wilde ik een overhemd maken voor mijn lief. Hij was slanker geworden, en dus ging ik hem maar weer eens meten, en daarna op zoek naar een geschikt patroon. Die had ik snel gevonden. Ik vergeleek zijn bovenwijdte (99cm) met de bovenwijdte bij de matentabel (100). Omdat hij een stuk langer is dan de lichaamslengte die bij deze matentabel staat, maakte ik de armen en de lengte van het model 5 cm langer.

Meestal wanneer ik denk dat ik goed gemeten heb, meet ik de papieren patroondelen na. Je weet maar nooit. Alleen deze keer wilde ik het snel doen, en sloeg het na-meet-controleer proces over. Ik heb het geweten hoor, VEEL te klein. Ik voelde me knullig. Met het te kleine modelletje.  Ik die alles weet van meten, controleren en nameten, en dat ook tegen íédereen vertel.

Wanneer je je eigen kleding maakt, is meten heel belangrijk. Voor je het weet is je net zelfgemaakte trots te groot of te klein.

Wanneer ik kleding maak, teken ik de meestal patronen zelf. Of als ik lui of druk ben gebruik ik kant-en-klaar patronen uit de een blad. Meestal de Knip of de Burda. Liever de Burda, die zitten beter vind ik. Die pas ik dan soms een beetje aan naar mijn wens. Voordat ik een model overneem uit het patronenblad, meet ik altijd de maten even na. Je kunt je lief slanker denken dat hij is.

Hoofdmaten

Begin altijd met het meten van de belangrijkste 5 maten, dit zijn de hoofdmaten.

  1. Lichaamslengte
  2. Bovenwijdte
  3. Taillewijdte
  4. Heupwijdte.
  5. Armlengte.

Lichaamslengte

De lichaamslengte is de netto lengte van kop tot teen, zonder schoenen wel te verstaan. Er zijn verschillende manieren om de lichaamslengte goed te meten. Een die ik meestal gebruik is dat ik met een groot uitgevallen geodriehoek één rechte zijde tegen de muur aan zet, en de kant van de driehoek die 90° van die kant van de muur afzit, op het hoofd van het model zet. Met de hakken tegen de muur, en dan zet ik een streepje op de muur, en dan meet ik van het streepje naar de grond.

Taillewijdte

De taillewijdte is het smalste deel tussen de borst en de heup. Ik meet deze altijd redelijk strak. Wanneer het model een rok of broek aanheeft, moet deze altijd even los, zodat deze de taillewijdte niet beïnvloedt. Je kunt eventueel een elastiek of koortje rond de taille knopen, deze valt vanzelf op de plek.

Armlengte.

De armlengte meet ik vanaf de het hoogste deel van de arm, daar waar de naad moet komen. Daar houd ik dan het begin van de centimeter, en meet langs de buitenkant van de gebogen kant van de arm naar de pols.

Wanneer je deze maten op de juiste manier meet, dan kan het eigenlijk niet mis gaan.

Voor een jurk, blouse of jasje kijk ik in de matentabel naar de bovenwijdte. Voor een rok of broek vergelijk ik mijn eigen maten met de heupwijdte in de matentabel.

Nadat ik het patroon overgenomen heb, vergelijk ik de patroondelen met mijn eigen maten. Ik let erop of de patronen goed aansluiten op mijn maat, en of ze wijd genoeg zijn wanneer het bijvoorbeeld een jas wordt (die moet niet te strak zitten wanneer ik een trui eronder draag).

Ben ik tevreden, dan ga ik de delen van stof knippen en in elkaar zetten.

Ben ik niet tevreden, dan ga ik de patronen aanpassen. Daarover in een ander blog meer.

Bovenwijdte

De bovenwijdte is het dikste gedeelte rondom de buste. Ik ga achter het model staan en meet zo dit deel, zoals bij alle maten, moet deze natuurlijk niet te strak en niet te los. Ik houd de centimeter vast met duim en wijsvinger, en kijk of de centimeter goed op het dikste deel van de borst is blijven zitten.

De bovenwijdte is belangrijk, omdat dit een van de maten is waar ik de hulpmaten van bereken bij het tekenen van patronen op maat. Je begrijpt wel wanneer de bustewijdte niet goed is gemeten, dan de rest ook niet meer goed past.

Heupwijdte.

De heupwijdte, je raad het al, is het dikste deel van de heupen. Hier gaat de centimeter horizontaal rond de heupen en ik meet aan de voorkant, terwijl ik een beetje naast het model sta. Ik kan dan zien of de centimeter goed recht zit. Daarbij let ik op de lichaamsvormen. Platte of ronde billen bijvoorbeeld. Dat is belangrijk voor de vorm van de zijnaden in een rok of jurk, of bij het patroon voor een broek